










|
Plotseling
voel ik niet langer dat iets me vasthoudt op mijn voeten . . . een
gewichtloosheid treedt in en de aarde valt onder me weg met een
razende snelheid. Alsof iemand de planeet als een bal over de rand
van een afgrond duwt. Een gedachte schiet door mijn hoofd “Zou
dit . . “ Mijn ogen vangen een laatste glimp op van een brandende
vuurzee die onder me vandaan met explosieve kracht wordt weggerukt.
Mijn
oren spitsen zich. Luid bazuingeschal in de verte maakt me los van
de beelden onder me en ik ben even in staat om mijn ogen af te wenden
van de wegschietende aarde. Het trompetsignaal gaat over in onvoorstelbaar
mooie muziek als van ontelbare stemmen en even zovele instrumenten,
een machtige klank als van duizend orkesten. Een warme wind van
prachtige melodieen komt dichterbij. Schitterend! Mijn emoties weten
niet wat er eerst aan de beurt is, lachen en huilen schijnen in
elkaar over te vloeien. Dit is zo onvoorstelbaar fantastisch mooi!
Mijn hoofd draait instinctief in de richting van de aanzwellende
muziek enkel maar om nog meer van mijn zinnen te overladen. Het
is teveel! Mijn ogen protesteren, oogverblindend licht brandt in
op mijn netvliezen. Zelfs met dichtgeknepen ogen begint zich een
overbelicht beeld te vormen. Magnifiek! Nooit zag ik zoveel licht
en kleur. Het is net de aanrollende branding op een strand, maar
dan van stralend witte wezens. Ze komen snel dichterbij. De hemel
achter hen is gevuld met een serie opeenvolgende regenbogen met
steeds grotere radius. Mijn ogen beginnen te wennen aan de hoeveelheid
licht maar kunnen de verzadiging van kleurenpracht niet aan. Daar
in het centrum van de “aangolvende” menigte . . . een
gestalte omgeven door nog meer kleur!
Opeens
wat zenuwachtig, kijk ik om, de wereld is nu zo diep weggevallen
onder me dat het op een gehavende speelbal lijkt. De muziek grijpt
opnieuw mijn aandacht en ik kijk snel weer in de richting van de
naderende witte wolk. De lucht vult zich met een frisse aangename
geur. Ik schud heen en weer van de rilling die over mijn rug loopt,
ineens herken ik de persoon in het centrum van de menigte. Mijn
hart slaat op hol. Al heb ik die gestalte nooit gezien ik weet wie
het is . . . de gouden kroon op zijn hoofd, zijn witte gewaad!!
Eindelijk! Heerlijk! Ik begin te jubelen in tongentaal, een niet
te beschrijven vreugde overweldigd me. Wooooow!
Het
lijkt alsof de menigte minder snel dichtbij komt. Ineens wordt ik
me weer gewaar van wat onder me gebeurt. Alsof de aarde in zijn
val op een gigantische trampoline is terechtgekomen zo is deze als
het ware teruggeslingerd. De aardbol wordt plotseling weer groter
en komt met razende vaart op me af. Contouren van landen, zijn weer
te onderscheiden. Ineens wordt de brandende chaos weer zichtbaar.
Wat ik zie is verschrikkelijk maar het verandert me niet, de blijheid
maakt geen plaats voor een ander gevoel, de muziek gaat gewoon door,
De Middellandse zee komt op me af schieten! Nee ... , ik ben boven
land! Vaag zie ik vormen van bergen, en een rivier, en een stad,
. . .wit-grauwe vierkante gebouwen . . .ineens weet ik het . . .
Jeruzalem!
De
menigte boven me heeft me ingehaald en gelijktijdig landen mijn
en duizenden andere voeten op aarde . . . een daverende geluid overstemt
de muziek, De aarde splits open. Een geweldige beving doet de berg
waarop we landen in tweeën splijten . . .
Zech.
14:4-8
In that day His feet will stand on the Mount
of Olives, which is in front of Jerusalem on the east; and the Mount
of Olives will be split in its middle from east to west by a very
large valley, so that half of the mountain will move toward the
north and the other half toward the south. [5] You will flee by
the valley of My mountains, for the valley of the mountains will
reach to Azel; yes, you will flee just as you fled before the earthquake
in the days of Uzziah king of Judah. Then the Lord, my God, will
come, and all the holy ones with Him! [6] In that day there will
be no light; the luminaries will dwindle. [7] For it will be a unique
day which is known to the Lord, neither day nor night, but it will
come about that at evening time there will be light. [8] And in
that day living waters will flow out of Jerusalem, half of them
toward the eastern sea and the other half toward the western sea;
it will be in summer as well as in winter.
|